TEL: 0634358196

Schoenenadvies voor diabetische voet

 Waar moet een diabetische patiënt op letten bij kiezen van schoenen:

Pasvorm schoenlengte: aan voorzijde van de tenen moet ongeveer 1 cm ruimte overblijven. De hiel van de voet moet goed op de hielpartij van de schoen aansluiten (lengtetoegift) anders kan de voet in de schoen gaan schuiven,


Pasvorm neuspartij: de neus van de schoen moet voldoende lang, breed en hoog zijn om de tenen de nodige bewegingsvrijheid te geven. Te weinig ruimte voor de tenen kan leiden tot beklemming van de tenen met als directe gevolgen een slechtere doorbloeding, huid- en nagelbeschadiging, eelt en/of likdoorns en nagelafwijkingen,


Pasvorm balpartij: de voorvoet moet voldoende ruimte hebben in de schoen; de binnenzool moet volkomen glad zijn en voldoende breed om te voorkomen dat de kopjes van middenvoetsbeentjes 1 en 5 op of net naast de rand van de binnenzool komen te drukken, met blaren, eelt en/of ulcera als gevolg. De breedte van de binnenzool moet tenminste gelijk zijn aan de breedte van de voetzool. De wijdte van de schoen ter hoogte van de balpartij moet minimaal 1 cm meer bedragen dan de omvang van de balpartij van de voet (wijdte toegift),


Pasvorm wreefpartij: te weinig ruimte voor de wreef kan leiden tot drukplekken, blaren, eelt en ulcera (zweren),
Pasvorm hielpartij: de schoen moet wel goed om de hiel sluiten (om schuiven van de voet in de schoen of het slippen van de hiel te voorkomen), maar niet te stevig, omdat daardoor huidbeschadigingen ontstaan. De vorm van de achterlijn van de schoen moet overeenkomen met de stand van het hielbeen, omdat anders de rand van de hielpartij gaat 'snijden' met blaren als gevolg. De bovenrand moet bij de buitenenkel lager zijn dan bij de binnenenkel om de bewegingsmogelijkheden van het enkelgewricht niet te beperken (ulcera),


De schacht: het bovenleer van de schacht moet soepel en zacht zijn, glad en zonder harde stiknaden of versieringen, die aan de binnenkant scherpe en/of harde ribbels vormen,
Het voetbed: het voetbed moet zacht zijn om drukplekken te voorkomen/beperken en mag geen harde voorvoetsteun hebben (eventueel in combinatie met extra drukverdelend inlegzooltje),


De voering: de voering moet volkomen glad zijn,


De zool: de zool moet van rubber zijn (geen leer); veerkrachtig, schokabsorberend en warmte-isolerend,


De hak: deze mag niet hoger zijn dan 2 tot 3 cm om een te hoge druk op de voorvoet (balpartij) te voorkomen. Een brede hak vergroot het draagvlak bij de hiel, waardoor de druk beter wordt verdeeld,
De sluiting: Een stevige sluiting over de wreef is noodzakelijk om te voorkomen dat de voet in de schoen gaat schuiven. De voorkeur gaat uit naar een klittenbandsluiting of een vetersluiting die werkt met haakjes bovenop de schacht. Een vetersluiting met oogjes veroorzaakt aan de binnenkant allemaal drukplekken die doorgaans onvoldoende worden opgevangen door de tong in de schoen.

Let op: als gevolg van sensibiliteitsverlies heeft de persoon dit vaak niet in de gaten (voelt hij/zij niet) dat de gedragen schoenen problemen veroorzaken; ze kunnen zelfs 'best lekker zitten'!Het slijtagepatroon kan inzicht geven in mate van (over-)belasting, drukverdeling, drukplaatsen, stand afwijkingen, manier van lopen (afwikkeling van de voet). Beschadiging van het binnenwerk (opkrullende binnenzool, slijtage van de voering) kunnen tot huidbeschadigingen leiden.